Laatste üpdate op: 12-05-2012


 

28januari 2012 zijn er mensen van de werkgroep Rotterdam begonnen met de reconstructie van rijtuig 387.

De tramwegstichting  gaat een nieuw project realiseren, wat een ontbrekend item in de Rotterdamse museum collectie zal  gaan opvullen.
Er zal een aanhangrijtuig uit de R.E.T.M serie 361-406 gereconstrueerd worden, met het nummer 387. Dit rijtuig wordt opgebouwd uit delen van de teruggevonden rijtuigen 178, 1364, en 1387.
Van deze, voor de R.E.T.M gebouwde trams, wordt van de motorwagen 178 het middendeel gebruikt, en van de 1364 en 1387 de eindbalkons, die in alle redelijke staat zijn.
Uiteraard zullen veel ontbrekende onderdelen nieuw gemaakt moeten worden, zoals raamlijsten, panelen en latwerk van het interieur, en koperen roeden en handgrepen.
De banken zijn al nagemaakt naar origineel voorbeeld, en ook het onderstel is, geheel naar oude tekeningen, nieuw gebouwd, en is gereed om ingebouwd te worden.
Samen met onze 192 zal dit een mooi tramstel gaan vormen in de toestand van 1921.

Wanneer u minimaal € 5,- sponsort op rekeningnummer 4834474 tnv. K.Dessens, onder vermelding van sponsoring 387 met uw naam en adres, dan krijgt een linnentas als aandenken toegestuurd.

Bedrijven en personen die u voor zijn gegaan.

 

 

Het aanhangrijtuig 387 is uit de serie 361-406, dit type aanhangrijtuig bestond totaal uit 3 series: 361-366 geleverd door C. Weyer (Duitsland) in 1915; 367-386 geleverd door Allan in 1918 en de 387-406 ook geleverd door Allan in 1921. Ze hadden dezelfde afmetingen als de vorige serie 351-360, echter 4 grote zijruiten, die geheel zakkend waren, daarom convertibles genaamd. De wagens 367-370 en 381-386 had geen balkondeuren deze werden geplaatst in 1923, bij de 361-366 tijdens hun verbouwing in de jaren dertig, de 387-406 waren vanuit de fabriek al voorzien van balkon deuren.
De lengte is 9210 mm, een radstand van 2500 mm, het gewicht 7200 kg, 18 zitplaatsen en 24 staanplaatsen, in 1930 verbouwd en 1946-1960 uit dienst.
De aanhangrijtuigen 361-406 hadden de lampen in majolica, verdeeld in twee rijen aan het plafond (een majolica is een porseleinen pot, welke aan het plafond wordt geschroefd en waarin zich de lampfitting bevindt).
De aanhangrijtuigen 361-406 waren voorzien van een solenoïderem. Deze ontving zijn stroom door middel van een kabel tussen motor- en aanhangrijtuig, deze waren al aanwezig bij hun indienststelling.
De stopcontacten voor de verbindingskabel voor de verlichting van de volgrijtuigen waren aanvankelijk bij de dakgoot geplaatst, maar later, omstreeks 1919, verplaatst naar het balkonscherm naast het stopcontact voor de elektrische rem.
De rijtuigen hadden bij indienststelling kogellagers.
De wagens hadden vanaf het begin dwarsbanken: aan de ene zijde tweepersoonsbanken, aan de andere eenpersoons. Afgezien van de eindbanken waren de rugleuningen omklapbaar.

Hit Counter by Digits